Alle berichten van admin

Saudi Arabie en de Verenigde Arabische Emiraten

Saudi Arabië en de U.A.E.

Bij aankomst in de haven van Jeddah wachten we geduldig tot we van boord mogen. Vanaf het bovendek zien we onze Santana uit het laadruim worden gereden, de eerste meters op een ander continent! We moeten een tijdje wachten in een grote aankomsthal, op lange rijen met bankjes zitten we tussen de bedevaartgangers die onderweg naar Mekka zijn. Sabrine krijgt al wat afkeurende blikken omdat ze geen hoofddoek draagt, deze ligt nog in de auto waar we nu niet bij kunnen. Later merken we dat eigenlijk alleen de Soedanese vrouwen in de aankomsthal hier moeilijk over deden, veel Saudiërs zijn een stuk milder en minder conservatief naar westerse vrouwen. Na een tijdje worden we uit de rij gepikt en mogen we voor, de douanier heeft grote moeite om ons paspoort te kunnen ontcijferen. We moeten hem helpen met onze namen en geboortedata, iedereen kan er gelukkig om lachen en we worden hartelijk ontvangen. Daarna begint het lange wachten op onze auto, we hebben maar een visum voor drie dagen voor dit grote land dus kunnen alle tijd goed gebruiken. We moeten een afstand van ruim 1500 kilometer overbruggen voor we in de United Arab Emirates zullen aankomen, waar onder andere Abu Dhabi en Dubai deel van uitmaken.

Na een paar uur wachten komt een medewerker geld innen voor de havenkosten, we hebben geen Saudisch geld maar gelukkig kunnen we bij de vriendelijke man tegen de huidige koers onze euro’s wisselen. Na een uur of vijf wachten komt dan eindelijk onze auto aan, na een kleine controle zijn we dan weer herenigd met ons huisje. We besluiten nog maar snel een rondje Jeddah te rijden zodat we in ieder geval nog wat van de stad hebben gezien. Jeddah is een van de grootste steden van Saudi Arabië, een enorme stad met veel luxe en weelde. Veel verschillende nationaliteiten en weinig vrouwen met hoofddoeken. We hadden van tevoren veel meer het idee dat het strenge Islamitische beleid van het land terug te vinden zou zijn in het straatbeeld maar dit blijkt niet het geval. We eten bij de McDonalds en kijken onze ogen uit bij de grote winkelcentra met alle grote en dure merken. Daarna rijden we via de 5-baans snelwegen richting Riyad, de hoofdstad. Vlak voor Mekka zien we de bekende borden boven de weg opdoemen; alleen toegang voor moslims. Wij worden ruim voor de stad al de stad omgeleid, moeilijk is het niet, we hoeven alleen de borden met daarop de tekst; “geen moslim” te volgen. Mekka is een heilige plek volgens de Islam en het is verboden terrein voor niet-moslims.

We slapen in de avond op één van de vele vrachtwagen parkeerplaatsen langs de snelweg. De volgende dag rijden we de hele dag door, tot we een uurtje na de hoofdstad ineens merken dat de auto een vreemd geluid maakt. We rijden best hard (rond de 100 km/u) als we een schurend en piepend geluid horen en de auto ineens naar rechts trekt, meteen laat Niels het gas los en rijdt rustig de berm in. Er komt rook en stank van het rechter voorwiel af en al snel nadat we de boel open hebben geschroefd zien we dat er een lager kapot is gelopen. Dat is nog niet het ergste, omdat het op hoge snelheid is gebeurd en we niet meteen konden stoppen met 100 km/u is de complete steekas ook vervormd geraakt. Of te wel, we kunnen niet meer rijden! Daar sta je dan, midden in de woestijn van Saudi Arabië, naast een drukke snelweg met nog één dag om het land uit te komen en nog 500 kilometer te gaan naar de grens. Gelukkig is er een klein dorpje in de buurt zien we als bovenop een duin gaan staan. We besluiten erheen te lopen en met hulp van een vriendelijke Engels sprekende Saudiër vinden we een auto-ambulance waar we onze Santana achterop kunnen zetten.

De chauffeur komt uit Soedan en vindt het prachtig dat wij in zijn land zijn geweest. Hij is erg enthousiast en laat ons allerlei foto’s en filmpjes zien terwijl hij slingerend richting de grens rijdt.

We zitten naast hem in de krappe cabine en hebben eigenlijk liever dat hij wat beter op de weg let met zo’n waardevolle lading! Het is een vriendelijke man, hij trakteert ons op lunch en fruit. Wij hebben uiteraard wel wat anders aan ons hoofd, hoe gaan we zorgen dat we vandaag nog de grens overkomen en hoe gaan we aan nieuwe onderdelen voor de auto komen? Na een lange rit komen we aan bij de grens, de chauffeur zegt ons dat hij de grens niet over mag, hij heeft niet de juiste papieren. Wij lopen naar de grens en gaan in gesprek met de Saudische douanemanager. In zijn kantoor krijgen we thee en dadels en de man pleegt meteen een paar belletjes. Wij zouden graag willen dat de chauffeur (eventueel onder begeleiding van douaniers) een paar honderd meter de grens over mag om onze auto af te zetten. Zodat dat probleem in ieder geval verholpen is. Helaas is dit absoluut niet mogelijk, de man mag de grens niet over. Er wordt voorgesteld dat wij de grens alvast lopend over gaan en dan een manier gaan vinden om de auto later op te komen halen maar dit gaan we al helemaal niet doen!

Na een tijdje rondrijden en rondbellen van de manager krijgen we een optie om de auto een paar kilometer over de grens te laten brengen, maar allemaal voor absurd hoge bedragen waar we niet mee akkoord gaan. Al snel blijkt dat ook hier mensen graag een slaatje slaan aan mensen die in de knel zitten. Wij laten nog liever ons visum verlopen dan dat we met dat soort mensen in zee gaan. Dan ineens meldt zich een Syrische vrachtwagenchauffeur met een bakwagen. Hij moet naar Dubai en wil ons best meenemen, zijn auto is toch leeg. We moeten de banden leeg laten lopen en de jerrycans van het dak halen zodat de auto achter in zijn bakwagen past maar we zijn allang blij dat het allemaal goed komt!

Het duurt allemaal wat langer aan de grens, we moeten nogal wat uitleggen waarom onze auto achterin een vrachtwagentje van een Syrische chauffeur staat. Gelukkig spreekt de man Arabisch wat ons erg veel tijd en moeite scheelt. We worden helemaal naar Abu Dhabi gebracht! Een rit van ruim 300 kilometer. Daar worden we midden in de nacht afgezet bij een vrachtwagenparkeerplaats naast de snelweg. We blijven een paar nachten daar, even wat rust en de zaken op een rijtje zetten. Dan worden we bij toeval geholpen door een Pakistaanse vrachtwagenchauffeur. Hij weet onze steekas en wiellager zo in elkaar te zetten dat we het aandurven om de 100 kilometer naar Dubai te rijden. We hebben de boel zo strak mogelijk in elkaar gezet en met een aantal schroeven hangt het boeltje nu aan elkaar. We zijn dan ook erg nerveus wanneer we met een gangetje van 60 km/u tussen de dure Bentleys, Rolls-Royces, Ferrari’s enzovoort door manoeuvreren. Opgelucht komen we aan op een strand in Dubai, het wiel zit alweer behoorlijk los dus we besluiten om maar niet meer te gaan rijden. Gelukkig is het toegestaan om te kamperen op dit strand. Er staan naast de tientallen locals met hun asociaal grote campers en uitgebouwde caravan-trailers nog een aantal overlanders meer.

We hebben een gezellige tijd met de andere reizigers, in totaal blijven we bijna twee weken op het strand. We moeten wachten op nieuwe onderdelen, die vanuit Engeland moeten komen. Ondertussen verkennen we de stad en dompelen we ons wat onder in de luxe. We bezoeken de grote winkelcentra, de bloementuin en gaan bij de wielerbaan een paar keer een warme douche nemen. Het is mooi, al deze pracht en praal maar we vinden het contrast met Afrika groot, te groot. Onvoorstelbaar wat voor verschil er in de wereld is, een paar duizend kilometer verderop wordt er in Soedan met gevaar voor eigen leven gedemonstreerd omdat de prijs van het brood een paar centen gestegen is terwijl hier in Dubai bakken met geld worden verspild aan de meest onnodige spullen en gebouwen.

Als de onderdelen dan eindelijk binnen zijn kunnen we weer rijden, we gaan nog een paar dagen terug naar Abu Dhabi en bezoeken onder andere het Yas Marina circuit waar over een tijdje weer de Formule 1 Grand Prix zal worden gereden, helaas mogen we er niet op met onze auto. We regelen ons visum voor Iran bij het consulaat en kopen kaartjes voor de oversteek. Vlak voor vertrek kopen we in de haven nog wat duty-free bier en wijn, eigenlijk verboden in zowel Dubai als Iran maar in de haven na de douane mag het blijkbaar wel. Wel moeten we zorgen dat we de boel goed verstoppen, als ze alcohol in je auto vinden in Iran zijn de boetes niet mals. We mogen zelf onze auto het schip op rijden, het is rustig op de boot omdat het Iraans nieuwjaar is. Vinden wij helemaal niet erg, we hebben een hele rij stoelen voor onszelf en kunnen heerlijk uitgestrekt gaan liggen. Langzaamaan knorren we zo in de nacht de Perzische Golf over, op naar Iran!

Soedan

Soedan

Aan de Soedanese kant is iedereen gelukkig wel gewoon wakker (in tegenstelling tot de slapende douanier in Ethiopië) en dus zijn we vrij vlot het land in. Soedan is het eerste land waarbij we onze ‘Carnet de Passage’ gebruiken, een document wat we via de Duitse autoclub ADAC hebben moeten aanvragen en wat onze auto tijdelijke toegang geeft tot een land. Voor veel landen is het mogelijk om zonder dit document de auto tijdelijk te importeren maar Soedan is voor ons het eerste land waarbij we het echt nodig hebben. Ook voor onze vervolgroute door Saudi Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Iran is het document verplicht overigens. We hebben nog flink wat uren daglicht na de grensovergang en rijden dus al meteen een behoorlijk stuk Sudan in. Soedan bestaat voor het grootste gedeelte uit woestijnlandschap. Door de hitte is er weinig begroeiing, we wildkamperen dan ook maar gewoon een flink stuk van de weg achter een duin midden in het zand. Soedan heeft circa 40 miljoen inwoners maar is ongeveer 20 keer groter dan Nederland, de meeste inwoners wonen in of rond de grotere steden. De rest van het land is dus dunbevolkt en wildkamperen kan zo goed als overal. We rijden dwars door de woestijn over een lange saaie asfaltweg vol met flinke gaten, als we ergens stoppen om te lunchen is er in de verste verte niemand te bekennen. Wel worden we overal meteen belaagd door honderden vliegen, zodat we er toch maar een snelle lunch van maken.

Na een paar dagen eenzaamheid komen we aan in het drukke Khartoem, de hoofdstad. We verblijven midden in de stad bij een jachtclub. Het is een beetje een zooitje en het stikt er van de muggen maar we moeten een plekje hebben in de stad terwijl we ons visum voor Saudi Arabië regelen. Vier dagen lang rijden we elke dag op en neer naar de ambassade. We hadden al vernomen dat alle visumaanvragen via een mannetje gaan, maar omdat deze maar liefst 160 US Dollar per persoon wil voor een 3-daags transitvisum willen we het eerst proberen via de ambassadeur en we vragen een gesprek aan. Helaas is men niet echt van het nakomen van afspraken en meerdere malen worden we van het kastje naar de muur gestuurd. Op een gegeven moment houden we voet bij stuk en eisen dat we naar binnen mogen voor een gesprek. Gelukkig worden we niet meteen weggestuurd maar morgen we tot onze verbazing nog naar binnen ook. We krijgen helaas niet de ambassadeur te spreken maar een van zijn directe collega’s. We leggen de situatie uit en geven hem al de benodigde papieren (inclusief onze zelf gefabriceerde huwelijksakte, als je niet getrouwd bent kom je het land namelijk al helemaal niet in). Hij schrijft wat Arabisch op een briefje voor ons maar zegt vervolgens helaas alsnog dat we de rest van de aanvraag bij een reisbureau moeten gaan doen. En laat dat nu net weer dat regelaartje zijn die zo’n hoop geld vraagt. We komen er dan dus ook niet onderuit, we balen er van omdat we zo ook nog eens een hoop tijd hebben verspild. Als we vervolgens de papieren, onze paspoorten en 320 US Dollar bij de man gaan brengen is het gelukkig wel allemaal snel geregeld. Binnen twee dagen is het felbegeerde visum in ons paspoort geplakt. We kunnen de stad uit!

Een paar dagen nadat we de stad uit zijn horen we dat er rellen zijn uitgebroken, precies in het gebied waar wij ook meermaals doorheen zijn gereden. Inwoners van Soedan zijn het al een tijdje niet eens met de gang van zaken in het land en gaan steeds vaker massaal de straat op. Als toerist zijnde hoef je in principe nergens bang voor te zijn, maar de demonstraties worden wel met harde hand bestreden door het regime. En daar wil je niet midden tussenin zitten! Er zijn de afgelopen tijd al tientallen doden gevallen, misschien is het ook eens tijd dat er flinke verandering komen in het arme land.

We rijden door naar de belangrijkste historische plek van Soedan, de piramides van Meroe. We bekijken de indrukwekkende tombes van de koningen en koninginnen die ruim 900 jaar over dit gebied heersten. Ze zijn niet zo groot als de bekende piramides in Egypte maar toch erg interessant door hun aparte vormen en sierlijke inscripties. Het is er lekker rustig en bij de uitgang worden wij als enige toeristen dan ook belaagd door de tientallen souvenir verkopers die ons allemaal hetzelfde aanbieden. Voor de prijs hoeven we het niet te laten, twee zandstenen beeldjes van de piramides kosten nog geen 50 eurocent. En daar staan deze mensen dan de hele dag voor in de bloedhete zon.

Er is een brandstofcrisis gaande in Soedan, sinds Zuid-Soedan onafhankelijk is geworden. De meeste olievelden liggen namelijk in het zuiden van Soedan. We merken het behoorlijk en er is bij veel tankstations geen diesel te verkrijgen. Waar wel diesel is staan soms wel kilometers lange rijen. Gelukkig mogen wij als toeristen bijna altijd voor en worden we door wachtende mensen voorgelaten. Langs de wegen zijn overal illegale tankstationnetjes opgezet. Vaak gewoon een verzameling olievaten, het is een smerig en gevaarlijk boeltje.

We gaan naar de Rode Zee, Port Sudan. De belangrijkste havenstad van het land. Hier gaan we de veerboot naar Saudi Arabië nemen. Overal in het stadje worden kaartjes aangeboden, van verschillende lijndiensten die een paar keer per week over varen. De prijzen verschillen nogal en omdat we graag een ticket willen inclusief privécabine duurt het even voor we een betrouwbare verkoper vinden die ons geen poot wil uitdraaien. We moeten nog een dagje wachten voor we kunnen overvaren. De volgende dag gaan we ons melden in de haven, bij douane en immigratie is het weer als vanouds chaotisch en druk, maar daar zijn we ondertussen al behoorlijk gewend aan geraakt. We mogen zelf onze auto tot aan het schip rijden en vanaf het bovendek zien we een paar uur later onze auto ingeladen worden. Het is druk op de boot, veel Soedanezen gaan naar Mekka voor de heilige bedevaart. Gelukkig hebben wij een rustige cabine met airco en eigen badkamertje. Het grote deel van de reis brengen we slapend door. Vroeg in de ochtend staan we bovendeks te turen naar het volgende deel van ons avontuur; Saudi Arabië.

Ethiopie

Ethiopië

Ineens doemt voor onze neus een splinternieuwe asfaltweg op, de laatste dagen in Kenia hebben we alleen maar op zand en steen gereden dus het is een welkome afwisseling om weer lekker over asfalt te mogen. We zijn in het zuidwesten van Ethiopië, in de zogenaamde Omo-vallei. Het thuisland van veel verschillende inheemse stammen. We zien ook overal opvallende mensen lopen, sommige in prachtige versierde kledij en met grote gekleurde sieraden, sommige op een klein lapje na helemaal naakt. Van een aantal stammen brengen de vrouwen littekens bij zichzelf aan, om zo een man te krijgen. Bij een andere stam springt de man naakt over een stier heen, om in de smaak te vallen bij de vrijgezelle dames.

De asfalt leidt ons helemaal naar een klein plaatsje waar we in het immigratiekantoor de medewerker wakker schudden. Het is hier niet zo druk, van deze grensplaats wordt nauwelijks gebruik gemaakt. Het is dan ook erg toevallig dat we net vandaag een Britse fietser treffen die vanuit het noorden is gekomen. Hij wil de tocht die wij hebben gemaakt in tegengestelde richting gaan maken, op de fiets! Hij is helaas niet echt te spreken over zijn tijd in Ethiopië, hij is erg veel lastig gevallen door voornamelijk kinderen. Ze hebben zelfs geprobeerd spullen van zijn fiets te stelen en hij is bekogeld met stenen. We hadden van te voren al gehoord dat men hier erg brutaal en volhardend is naar toeristen, lastig als je in een auto zit maar bijna onmogelijk als je op de fiets voorbij komt! Binnen een haf uurtje zijn we ingestempeld en krijgen we een document voor de auto. Bij de fietser wisselen we wat US dollars tegen de Ethiopische Birr tegen een goede koers.

Omdat we ons nog steeds zorgen maken over onze gelaste veerophanging besluiten we zonder te veel omwegen naar de hoofdstad te rijden, Addis Abeba. Dit is echter nog wel een behoorlijk eindje en al snel is het ook afgelopen met de nieuwe asfaltweg en rijden we weer over gravelwegen van slechte kwaliteit. Al snel komen we er achter wat de fietser bedoelde. Bijna alle kinderen die we tegenkomen onderweg beginnen spontaan te dansen als ze ons zien aankomen. Als we er dan bijna zijn houden ze hun handje op en schreeuwen dat ze geld willen. En dit allemaal terwijl ze op hun blote voeten naast en voor onze auto rennen. Sommige hebben zich zelfs speciaal uitgedost opvallende kleding met veren en geschminkte gezichten. We moeten elke paar kilometer afremmen voor ze, het zijn er erg veel en ze doen allemaal hetzelfde dansje. Sommige hebben zelfs schoenen of stenen op de weg liggen om te zorgen dat je in ieder geval hard genoeg afremt zodat ze aan de spiegel van je auto kunnen gaan hangen. In het begin is het nog leuk en grappig maar op den duur wordt het best gevaarlijk, we moeten goed opletten omdat sommige ook op het laatste moment pas de weg opspringen. Om nog maar niet te spreken over het vee wat werkelijk waar overal op de weg loopt. We hebben dit al in heel Afrika meegemaakt maar hier is het nog vele malen erger. Auto’s moeten echt zigzaggend door kuddes koeien, geiten of ezels heen. De mensen doen weinig tot geen moeite om het vee aan de kant te drijven. Zolang wij moeten afremmen voor het vee, kunnen zij ons weer om geld schooien!

We besteden een paar dagen om de Omo-vallei te bekijken. Erg interessant om zo een inkijkje te krijgen in het leven van de mensen hier. Wat een enorm verschil met onze moderne wereld. Elke stam heeft hier nog zijn eigen eeuwenoude tradities en gebruiken. Totaal niet te vergelijken met onze maatschappij. We slapen bij een camping onder een paar grote mangobomen en halen water uit een ouderwetse grondwaterput. Overal om ons heen is het groen en aan de overkant van de droge rivierbedding zien we een aantal franjeapen sierlijk door de bomen slingeren. We rijden door naar de stad Arba-Minch, wat “40 bronnen” betekent. Er liggen een paar grote meren langs waar we vanuit ons hotel een prachtig zicht op hebben. Op een middag ligt Niels in zijn hangmatje te luieren als hij aangesproken wordt door een man die een oud collega blijkt te zijn! Het is Richard, werkzaam bij hetzelfde bedrijf waar Niels heeft gewerkt. Hij is mee met een groepsreis door Ethiopië en verblijft net als ons één nacht bij dit hotel. Wat toevallig en wat een kleine wereld! Het is een erg leuke ontmoeting en we worden door Richard uitgenodigd om in de avond met de groep mee te dineren, wat we uiteraard niet afslaan. Leuk om weer even als vanouds Nederlands te kunnen kletsen met andere mensen. En super om zo’n enthousiaste oud-collega tegen te komen, bedankt Richard!

We rijden door richting de hoofdstad, het is nog een eind en we besluiten halverwege in een hotel te overnachten. Het kost maar 8 euro per nacht en het eten is al helemaal spotgoedkoop, en gelukkig wat gevarieerder dan in veel andere Afrikaanse landen. Hier eten ze veel injera, een soort gefermenteerde zure pannenkoek, geserveerd met vlees, groenten en saus. Op woensdag en vrijdag vasten de Ethiopiërs en dan wordt er alleen maar veganistische injera gegeten. We blijven een paar dagen in het hotel en gaan regelmatig even een stuk wandelen om een typische Ethiopische koffie (Buna) te gaan drinken. Deze koffie wordt op ceremoniële wijze bereidt en geserveerd in typische kleine kopjes overal op straat. Veel goede koffie komt uit dit land en we zijn dan ook elke dag een paar keer bij een koffietentje te vinden.

In de hoofdstad aangekomen gaan we eerst op zoek naar een bedrijf wat onze veerophanging eens goed kan herstellen. We komen terecht bij een Iveco vrachtwagengarage. Ze zijn de grootste importeur van vrachtwagens in Ethiopië en hebben zelf een professionele (naar Italiaanse standaarden) werkplaats. De Italiaanse directeur is direct enthousiast om ons verhaal en zet zijn beste mensen aan de gang om ons te helpen. Een paar uur later (waarvan een half uur zeuren over de factuur, waar meer uren op stonden dan dat er daadwerkelijk gewerkt was) rijden we met een stevige gelaste constructie de plaats af. We rijden naar Wims Holland House in het midden van de stad, we kunnen er kamperen en eten, en hoe! We bestellen er kroketten en een gehaktbal, allemaal op typisch Nederlandse wijze bereid. Het smaakt ons erg goed, we hebben het Nederlandse eten toch we echt gemist. Verder vragen we het visum voor Sudan aan, wat voor ons het laatste land in Afrika zal zijn. We gaan nog langs bij een Nederlandse vrouw die in Addis woont, ze heeft voor ons wat documenten meegenomen vanuit Nederland. Het blijft leuk, interessant en inspirerend om de verhalen van Nederlanders in het buitenland te horen.

We rijden een heel stuk naar het oosten van Ethiopië, Harar. Deze plaats staat bekend om de beste koffie van het land én om de hyena’s die in de avond uit de hand gevoerd worden! Na een paar erg goede kopjes koffie (helaas is vanwege het Christelijke Timkat-festival de koffiefabriek gesloten) gaan we in de avond naar het voeren van de hyena’s kijken. Blijkbaar hebben de dieren hier zelfs namen gekregen, en na een half uurtje roepen komen er drie hyena’s uit het donker tevoorschijn. Best indrukwekkende dieren, vooral vanwege hun kromme verschijning omdat ze een stuk lager op hun achterpoten staan. Het duurt even en kost heel wat rottend afvalvlees voor ze echt bij de man in de buurt komen maar dan pakt één van de dieren een stuk vlees aan uit zijn handen. We zijn erg onder de indruk van wilde dieren die zo dichtbij komen, maar op de terugweg naar het hotel hebben we er toch gemengde gevoelens bij. Is het niet veel beter om dieren wild te houden? We beseffen dat we zelf ook bijdragen aan het behoud van deze traditie maar hoe indrukwekkend het ook was, het voelt toch allemaal een beetje opgezet en nep, een attractie, puur voor het geld. We willen richting Awash en besluiten door de Afar-regio te rijden. Deze regio is wereldberoemd omdat hier de overblijfselen van Lucy zijn gevonden, één van de oudst bekende mensachtigen. We merken echter al snel dat het onrustig is in de regio, er zijn enorm veel militairen op de been. Overal langs de weg staan ze met zwaar geschut (lees: mitrailleuren achterop de bak van een pick-up). We zien ze langs de weg in heuvels achter stapeltjes stenen zitten met hun geweren op de weg gericht, om de aantal kilometer is een touw over de weg gespannen en wordt iedereen gecontroleerd. Wij als toeristen mogen meestal gewoon doorrijden maar zijn er toch niet zo gerust op, we zijn dan ook blij als we de regio weer uit zijn.

Via Awash rijden we naar Kombolcha, waar we midden in een Timkat-ceremonie terecht komen. Timkat is een Christelijk festival wat elk jaar gevierd wordt met grote optochten door de straten van bijna elk dorp. Iedereen danst en belangrijke Christelijke figuren worden door de straten gedragen en bezongen. We staan vast midden in zo’n optocht en we moeten wel 5 uur wachten tot we door kunnen. Er zijn duizenden mensen op de been en ook hier zijn er verschrikkelijk veel kinderen die schooien. Sommige zijn erg brutaal en naaien elkaar behoorlijk op. We moeten goed in de gaten houden wat er gebeurd omdat ze ook nogal grijpgrage handjes hebben. We hebben stickers van alle bezochte landen op onze auto en Niels is er nog net op tijd bij om een ventje in zijn kraag te grijpen die de sticker van Ethiopië er al af had gepeuterd en er mee wegliep! Ook als we de deur open hebben zitten de handjes meteen in het deurvak, uiteraard vragen ze allemaal weer om geld en eten. Na een tijdje hebben we het echt wel gehad. Voor ons doen zijn ze hier echt te brutaal en asociaal. Een paar kinderen in de gaten houden is geen probleem maar tientallen die om de auto heen staan is een stuk lastiger!

Door de bergen rijden we richting Lalibella. Ethiopië heeft een prachtig gevarieerd landschap met een unieke flora en fauna. Onderweg komen we een groep dieren tegen die alleen in bepaalde gebieden van Ethiopië voorkomt, op een smal bergweggetje stuiten we op een groep Gelada-bavianen. Deze langharige apensoort met een kenmerkend fel rood hartvormige vlek op hun borst komt alleen in de gebergtes in Ethiopië voor. Erg mooie dieren, en één van de redenen dat we door deze bergen wilden rijden. In Lalibella willen we de kerken bekijken. Deze elf wereldberoemde uit rotsen gehouwen kerken uit de 13e eeuw worden wel eens het achtste wereldwonder genoemd. We besluiten er heen te wandelen via de smalle paadjes door het bergachtige gebied. Hier woont de lokale bevolking en we komen er snel achter dat dit niet de hoofdingang van de attractie is, overal ligt afval en er zoemen honderden vliegen om ons heen. We slaan een smal paadje in wat ons door een kerkhof leidt. Tot onze verbazing komen we uit bij de grootste en belangrijkste kerk van Lalibella, blijkbaar zijn we via een niet door toeristen gebruikt pad gegaan. We maken wat foto’s van de kerk, wat een werk moet dat zijn geweest om zo’n gebouw helemaal uit steen uit te hakken! Er lopen wat traditioneel geklede priesters rond die het plaatje mooi afmaken.

Vanaf Lalibella rijden we naar Gonder, waar we de laatste nachten slapen voor we de grens met Sudan over zullen gaan. Het is lastig diesel te krijgen, en die hebben we toch echt nodig. Ethiopië krijgt zijn brandstof vanuit Sudan, maar vanwege de problemen daar (voornamelijk Zuid-Sudan, waar bijna alle olievelden zijn) is het lastig om brandstof te vinden. Op de ochtend dat we naar Sudan vertrekken hebben we geluk bij een klein tankstation wat nog diesel heeft. We vullen meteen alle jerrycans ook, zodat we gegarandeerd een heel stuk Sudan in kunnen. Daar schijnt het namelijk nog lastiger te zijn om brandstof te krijgen. Op de weg van Gonder naar de grens zijn ook weer erg veel militairen aanwezig. In de dorpjes lopen ook meer mensen dan normaal met een machinegeweer over straat. Als we in één van de dorpjes stoppen voor koffie zitten we tussen de mannen met een AK47 op hun schoot, aparte gewaarwording. Verder richting de grens staan in uitgebrande vrachtwagens en een aantal dorpen zijn ook tot de grond toe plat gebrand. Van een soldaat horen we dat er afgelopen week veel ongeregeldheden zijn geweest tussen rivaliserende groepen. Het lijkt er dus op dat we het er goed vanaf brengen.

Aan de grens moeten we een hele tijd wachten op de douane, de man lag te slapen. Na drie kwartier wachten komt hij aangesloft en gaat eerst nog even op zijn gemakje zich wassen. Bij immigratie wordt er even moeilijk gedaan over onze visa. We hebben deze bij binnenkomst in Ethiopië in ons tweede paspoort laten stempelen. Die is maar twee jaar geldig en verloopt binnen zes maanden. Wat blijkt, bij binnenkomst in Ethiopië moest het paspoort nog zes maanden geldig zijn. De ambtenaar destijds heeft daar helemaal niet op gelet (en wij hebben het hem ook niet verteld, omdat onze andere paspoort bijna vol is en er nog een paar visums in moeten). Gelukkig wordt er niet al te moeilijk gedaan en mogen we na een tijdje Sudan in. Het laatste Afrikaanse land voor ons!

Kenia

Kenia

Bij immigratie zijn we zo klaar. We hebben op voorhand al online een visum voor Kenia aangevraagd en betaald. We staan al in het systeem en krijgen binnen een paar minuten een stempel. Bij customs duurt het wat langer, er wordt inderdaad gevraagd naar de Carnet de Passage, wat we dus niet hebben. De vrouw achter de balie zegt ons dat dit verplicht is als we met onze eigen auto Kenia in willen. Wij zeggen op onze beurt dat we al driekwart van Afrika hebben bereisd zonder zo’n document. We vragen naar de manager en lopen naar zijn kantoor. Ook hij zegt dat we het document moeten hebben en gelooft niet dat wij al door heel Afrika zijn gereisd zonder. We zeggen hem dat we overal aan de grens een tijdelijk invoerformulier kregen. We weten dat zo’n formulieren ook bestaan voor Kenia, omdat Kenia net als Tanzania bij de East African Community hoort en we met een EAC invoerformulier door Tanzania mochten rijden. Hij zegt op zijn beurt dat de regels in Kenia anders zijn. Dat wisten wij niet, wat nu? Na veel wikken en wegen krijgen we gelukkig de optie om toch een invoerformulier te krijgen waar we dan wel 40 USD voor moeten betalen. Voor dat we dat besluiten gaat de man toch nog eens met het hoofdkantoor bellen en moeten wij terug naar de wachtruimte. Het duurt een kwartiertje voor hij met nieuws komt. Lang kwartiertje voor ons want we zijn best zenuwachtig, gaat er iemand van het hoofdkantoor nu beslissen dat we het land niet in gaan komen? Gelukkig is het tegenovergestelde waar, we krijgen een tijdelijk invoerformulier voor twee weken, en nog gratis ook! Die zullen we dan wel ergens moeten gaan verlengen maar dat zien we tegen die tijd wel weer. Wel moeten we beloven dat we nooit meer zonder Carnet de grens over gaan proberen te komen, bij deze beloofd!

We rijden meteen een stuk richting Nairobi, door al het gedoe aan de grens is het al best laat en we besluiten ergens te gaan wildkamperen. Overal zien we al Masai lopen, de bekende nomadische veehoeders met het rode ruitenkleed om hun schouders. Alleen zijn ze niet meer zo nomadisch als ze vroeger waren, velen hebben voortaan een normaal huis en dragen normale kleding onder hun kleed als ze op hun brommertje of in hun auto voorbij komen. We vinden uiteindelijk een rustig plekje op een paar honderd meter van de weg verscholen in het struikgewas. Althans we denken dat het een rustig plekje is, totdat er in de avond tot vier keer toe een kudde vee met een aantal Masai onze auto tot op een tiental meters naderen. Zelfs in het pikkedonker wordt hier nog gelopen met het vee, met alleen het lampje van hun telefoon als vage verlichting. Gelukkig zien ze ons daarom ook niet staan, terwijl wij uit het raampje van de daktent de lampjes voorbij zien komen.

De volgende dag rijden we naar Nairobi, waar we meteen een aantal dagen blijven. We regelen ons visum voor Ethiopië, gaan uitgebreid boodschappen doen, brengen een noodzakelijk bezoekje aan de tandarts en kletsen bij met Anthony en Ruth die we toevallig treffen op dezelfde camping. We hebben ze al een hele tijd niet meer gezien, dus genoeg te vertellen. Ook laten we in het chaotische immigratiehoofdkantoor alvast ons paspoort uitstempelen. Dit omdat we naar alle waarschijnlijkheid Kenia via het Turkana-meer gaan verlaten, en daar is geen grenspost. De vrouw achter de balie doet eventjes moeilijk over het feit dat we nu al een stempel willen terwijl we nog ruim drie weken in het land willen blijven. Maar we kunnen haar overtuigen door te zeggen dat we niet meer in de buurt zullen komen van Nairobi en er dus geen andere keuze is dan dat we nu al een stempel moeten krijgen.

Vanaf Nairobi gaan we naar de Masai-Mara. Waarschijnlijk het laatste echte wildpark dat we gaan bezoeken in Afrika! Het is al een tijdje geleden dat we door een park zijn gereden en we kijken er weer echt naar uit. Het is even wat moeite om een slaapplek te vinden omdat de campingeigenaar zich niet aan de afspraak houdt en ineens om twee keer zoveel geld vraagt nadat wij de tent al hebben opgezet. We gaan er niet mee akkoord, klappen de tent weer in en gaan op zoek naar een andere (eerlijke!) camping. Die is nog best lastig te vinden, in ieder geval in een redelijke prijsklasse. Uiteindelijk vinden we een paar jongens die een camping beheren en bereid zijn ons op een hoekje van het terrein te laten staan voor een fractie van de prijs, het geld stoppen ze overduidelijk in hun eigen zakken, maar wij hebben een plekje!

De volgende twee dagen rijden we door het park en we worden niet teleurgesteld. We zien ontzettend veel dieren. Grote groepen leeuwen, twee etende jachtluipaarden, een groep hyena’s die net een prooi hebben verscheurd en nog veel en veel meer. We vinden het een prachtig park, het regent veel als we er zijn maar dit heeft zo ook zijn charme. De auto zit wel van top tot teen bedekt in een dikke laag donkerbruine modder. We overnachten bij een camping op een berg met uitzicht op het park, om ons heen graast een groep zebra’s en de camping heeft een eigen ingang naar het park, ideaal! We rijden weg van de prachtige plek met een voldaan gevoel, zeker één van de meest indrukwekkende natuurparken die we hebben bezocht.

Vanuit de Masai-Mara gaan we naar het Victoriameer, het grootste meer van Afrika en het op één na grootste zoetwatermeer van de wereld. We verblijven bij een lodge direct aan het water. Onze auto staat op een mooi plekje aan het meer. Tot de eigenaar komt en naar de lucht wijst, er komt een hele grote regenbui onze kant op. Hij zegt dat het grasveld waar wij op staan binnen een kwartier waarschijnlijk zal zijn veranderd in een zwembad. Snel verplaatsen we de auto naar het hoogste plekje op het gras en klappen de tent uit. We zitten goed en wel in de tent en de hemel barst open. Het duurt alles bij elkaar maar een half uurtje maar er komt zo’n enorme hoeveelheid water naar beneden gevallen dat er overal rondom onze auto zeker 15 centimeter water staat. Wat een natuurgeweld! We blijven een paar nachten aan het meer, in de ochtend tijdens de koffie bekijken we de nijlpaarden tussen de enorme hoeveelheden waterplanten. Een erg groot deel van het water is bedekt met deze zogenaamde waterhyacinten. Het is een enorme plaag voor het meer, vissers kunnen er met hun bootjes niet doorheen varen en vissen en andere waterdieren stikken omdat het dichte groene dek geen licht en zuurstof doorlaat. Als de wind de volgende dag een groot deel van de planten de andere kant op heeft gewaaid gaan wij een boottocht over het meer maken. Nu krijgen we iets meer een indruk over de grootte van het meer (net zo groot als Ierland). Een bijzondere ervaring om mee te maken.

We willen kerst vieren aan een ander meer, wat verder landinwaarts. Onderweg daar naar toe gaan we langs Happy Cow, een Nederlandse kaasfabriek midden in Kenia! Helaas zijn de eigenaren er niet maar we kopen het winkeltje half leeg. Lang geleden dat we echte Nederlandse kaas op hebben! We rijden verder naar het noorden en passeren de evenaar, voor de tweede keer deze reis! Uiteraard stoppen we even om wat foto’s te maken en denken we terug aan een flinke tijd terug toen we de evenaar over gingen in Gabon. Na een paar uur rijden komen we aan bij Robert’s Camp aan een mooi meer. Het is er druk! Veel mensen hebben besloten om hier kerst te gaan vieren, er is geen plek meer aan het meer omdat het er vol staat met tentjes van Indiase families. We kamperen tussen de bomen een stuk verderop. Er staat nog een Nederlands stel, ze wonen en werken in Nairobi en samen met hun brengen we eerste kerstavond door. Wij maken pizza op het vuur en zij grillen kip en spareribs op de barbecue, geslaagd kerstmaaltje! Helaas komen we er hier achter dat nu ook een bladveer linksvoor is gebroken! Gelukkig hebben we de oude vering die we in Malawi gekocht hebben nog bij ons en kunnen we deze monteren. We zullen dus wederom op zoek moeten naar een bedrijf wat ons kan helpen met onze voorvering.

We besluiten terug te rijden naar Nairobi omdat we denken dat we daar beter en vakkundiger geholpen kunnen worden met onze vering dan in Ethiopië Daarnaast is de weg naar Nairobi alleen maar asfalt en de weg naar Ethiopië zal waarschijnlijk een behoorlijke offroad route worden, waarvoor we echt wel een set fatsoenlijke veren moeten hebben. Er is ook een mogelijkheid om via asfaltwegen naar Ethiopië te gaan, via de grensplaats Moyale. Maar wij hebben besloten deze niet te nemen, er zijn daar al geruime tijd wat ongeregeldheden tussen rivaliserende stammen. Met als triest hoogtepunt dat er een aantal dagen geleden maar liefst zevenentwintig mensen zijn vermoord en er veel dorpen in brand zijn gestoken. Gelukkig is het dus mogelijk via het Turkana-meer te rijden maar deze route wordt bijna niet gereden en is geheel offroad.

Onderweg naar Nairobi kamperen we nog bij Eagle’s Nest. Het is tweede kerstdag en we poffen er aardappels en bakken zelfgemaakte hamburgers boven een vuurtje met uitzicht op een prachtig meer vol met pelikanen. In Nairobi gaan we naar een verenfabriek, maar helaas horen we van de bewaking dat deze gesloten is tot 2 januari. We besluiten om dan maar het beste er van te maken en oud en nieuw te vieren aan de voet van Mount Kenya, de hoogste berg in Kenia.

We blijven er bij Castle Forest Lodge, toevallig gerund door een Nederlands stel, Het is een prachtige, rustige plek midden in het bos met uitzicht op de berg. Het is er prachtig groen en lekker koel door de hoogte. Een stukje lopen door het regenwoud en we komen bij een riviertje met twee watervallen, omgeven door de meest prachtige bomen, planten en vogels. We kunnen lekker warm douchen, elke dag wordt er voor ons een hout gestookte boiler aangemaakt waardoor het water binnen een half uurtje gloeiend heet is. Met oud en nieuw gaan we in het prachtige historische huisje dineren voor de open haard. Het verhaal gaat dat Queen Elizabeth zelfs nog enkele keren in het huis is verbleven toen ze nog Princess Elizabeth was, misschien heeft ze ook wel voor de open haard zitten dineren!

Na nieuwjaar gaan we terug naar Nairobi, de verenfabriek kan ons gelukkig goed helpen. Ze vernieuwen en verstevigen ons complete verenpakket. Omdat Niels meehelpt scheelt het ook nog eens flink in de kosten. We gaan nog naar een groot luxe winkelcentrum, waar we flink inkopen doen voor de komende dagen. Wat een verschil, dit splinternieuwe dure gebeuren en de armzalige hutjes waar veel Kenianen nog in wonen. Wat hier per persoon gemiddeld wordt uitgegeven, daar kan een arme Keniaan een paar maanden mee vooruit. We gaan met een volle auto op pad, het eerste stuk nog over de hoofdweg. Dit schiet lekker op, allemaal strakke asfalt. Tot we de afslag richting het Turkana-meer nemen.

Vanaf hier is het allemaal offroad, in het begin nog allemaal zandweg maar al snel wordt het steen. We doen het lekker rustig aan en genieten van de prachtige omgeving in deze halfwoestijn. We kamperen op een prachtig plekje in het lege en superstille landschap. De volgende dag komen we er na een halve dag rijden achter dat de achteras wat vreemd onder de auto staat. En ja hoor, het probleem van de scheurende veerophanging wat we in Malawi rechts hadden, hebben we nu links! Klote! Nu zitten we echt in the middle of nowhere. We besluiten heel langzaam terug te rijden naar het nabije dorpje, waar we tot onze verbazing een kleine garage vinden, met een lasapparaat! Het ziet er allemaal niet erg professioneel uit en de apparatuur is meerdere malen provisorisch gerepareerd maar wij zijn allang blij dat we geholpen kunnen worden. Uiteraard kan men ons helpen en ze gaan meteen in de slag. We helpen ze mee en houden goed in de gaten dat het allemaal een beetje fatsoenlijk gebeurd, Afrikanen hebben nog wel eens de neiging om tevreden te zijn met half resultaat. Ondanks dat we overal bovenop hebben gestaan blijkt de volgende dag nadat we een stuk hebben gereden toch dat de las weer gescheurd is. We rijden terug en vragen of het opnieuw gemaakt kan worden. Van service en garantie hebben ze in hier nog nooit gehoord helaas. Ze vinden dat we voor de eerste keer al te weinig hebben betaald en doen heel erg moeilijk om ons nu weer te helpen. Ze weten verdomd goed dat wij geen andere keus hebben dan hun krakkemikkige lasapparaat. Na een uurtje kibbelen krijgen we ze toch zover dat ze ons toch helpen, tegen een kleine vergoeding uiteraard.

Het aggregaat waar het lasapparaat op aangesloten is werkt ook maar half. Nadat één van de monteurs eerst een half uur daarmee bezig is geweest krijgt het lasapparaat veel meer stroom en zijn de lassen dus ook een stuk beter! Dus gisteren is er gewoon gelast op halve kracht! We besluiten er maar geen woorden meer aan vuil te maken en rijden na een paar uur de werkplaats weer uit. Hopen dat we niet meer terug hoeven te komen. We rijden de hele middag en een stuk van de avond door om de verloren tijd in te halen. Kamperen doen we weer op een prachtig plekje in een droge rivierbedding. Het enige bezoek wat we krijgen is een groep kamelen, verder valt het op hoe ongelooflijk stil het is hier, zodra het donker is horen we helemaal niks, een aparte gewaarwording die we al behoorlijk vaak hebben gehad in Afrika, maar het blijft speciaal.

Het terrein wordt steeds ruiger, op een gegeven moment rijden we dwars door de bergen op een weg die bestaat uit losse stenen. Het enige wat we zien zijn twee vage sporen van auto’s die hier ooit moeten hebben gereden. We zien verder alle dagen geen andere auto’s, alleen herders bewapend met oude AK47 machinegeweren. Blijkbaar dragen ze die met zich mee ter bescherming van hun vee, onderling zou er nogal eens wat gestolen worden en voor deze mensen is hun vee hun kostbaarste bezit. Ze lopen er niet voor niks dagelijks tientallen kilometers mee in de zinderende hitte op zoek naar water en voedsel voor hun dieren. We doen het extra rustig aan omdat we niet gerust zijn over het laswerk, we moeten nog zo’n 200 kilometer (van de in totaal ruim 800km) tot we bij het immigratiegebouw van Ethiopië zijn. Dit is één van de keren tijdens onze reis dat we al onze extra jerrycans hebben moeten vullen met diesel, omdat er nergens onderweg een tankstation is. Het is geen straf om langzaam te rijden in deze omgeving, het is werkelijk prachtig. Ook de sporadische dorpjes zijn erg interessant, deze mensen leven echt ver van de beschaving in hun hutjes gemaakt van oude stukken zeil en doeken.

Dit is de eerste keer tijdens onze reis dat we zonder dat we er zelf erg in hebben een grens passeren. Ineens zien we op onze navigatie dat we al op Ethiopisch grensgebied rijden. Geen immigratie, geen douane, geen slagboom, niet eens een simpel touwtje over de weg gespannen. We weten alleen dat we ons moeten melden in het eerste plaatsje in Ethiopie, waar ons visum ingestempeld zal worden. We hebben geen spijt van deze route, ook al was het even spannend of het laswerk het zou houden. De omgeving is erg mooi hier en de mensen van verschillende stammen die we hebben ontmoet erg interessant. This is Africa!

Tanzania

Tanzania

Na een klein uurtje op de veerboot komen we aan in Tanzania. De helling om het vaste land op te rijden is erg steil en krap. De taxibusjes voor ons hebben er zicht- en hoorbaar moeite mee. Wij hebben genoeg bodemvrijheid om er zonder problemen op te komen. We rijden tien minuutjes naar de officiële grenspost. Het is druk bij immigratie, de taxibusjes zaten vol mensen en die zijn allemaal voor. We besluiten eerst naar customs te gaan, waar we onze auto moeten invoeren. Na het gebruikelijke papierwerk staan we na een klein uurtje weer buiten. Op naar immigratie, waar we vrij snel een 90 dagen visum krijgen, waar we 50 USD voor betalen. Samen met de familie Aucamp eten we Chips-Mayay. Een traditioneel Tanzaniaans fastfood gerecht, omelet met daarin friet. Het is echt overal langs de weg te koop voor een kwartje. Echt lekker is het niet, maar met wat zout en saus is het wel weg te krijgen.

We rijden door naar Mtware, de eerste grote plaats. Het is al best laat dus moeten we het laatste stuk in het donker rijden, iets wat we normaal proberen te voorkomen. We moeten ook nog een eind door de stad voor we bij onze slaapplek zijn. En we zijn nog steeds in Afrika, dus moeten we erg opletten voor auto’s zonder verlichting, ezels en geiten op de weg, brommers en tuktuks die ons komen ingehaald etc. etc. We zijn dus erg blij als we bij de camping gerund door een oud Pools vrouwtje aankomen. Na een welverdiende fles bier vallen we als een blok in slaap. We blijven een paar dagen in Mtware om even bij te komen. Met de tuktuk gaan we richting de stad voor een simkaartje. Op de lokale markt zien we de slippers gemaakt van oude autobanden die met de hand door de Masai bevolking worden gemaakt. Ze maken niet alleen slippers van het oude rubber, ook allerlei onderdeeltjes voor hun brommers en tuktuks worden uit de banden gesneden, erg innovatief.

We gaan richting Mafia-eiland. Een kleiner en minder toeristisch eiland dan het welbekende Zanzibar maar zeker zo paradijselijk. We besluiten met de boot naar het eiland te varen, deze vertrekt vanuit een klein dorpje waar we na een paar dagen rijden aankomen. En dus staan we om vier uur in de nacht klaar op de plek waar de boot vertrekt. Alle lokale bewoners liggen nog overal om ons heen te slapen of worden net wakker. Ze liggen op grote zeilen of simpelweg op de kale betonvloer. Het stikt er van de muggen dus wij zijn blij dat we bij een Zweedse katholieke missie in het dorpje een kamer hebben kunnen huren. We laten bij de missie ook onze auto voor een tijdje staan, die kan niet mee de boot op. We zijn de enige blanken op de boot en achteraf horen we ook dat eigenlijk bijna alle toeristen met een vliegtuigje komen vanuit de hoofdstad Dar es Salaam. De tocht duurt ongeveer 4 uur, en dat is best lang op een overvolle boot met alleen maar onhandige houten bankjes.

Moe maar voldaan komen we dan ook aan op het eiland, meteen worden we erop gewezen dat we ons eerst moeten melden bij immigratie. We vragen waarom, we zijn toch nog steeds in Tanzania? Ze zeggen dat het verplicht is en dat een jongen met een tuktuk ons wel kan brengen. We zeggen dat we het prima vinden, maar dat we geen cent betalen voor het ritje. Daar zijn ze het niet mee eens, er wordt ons duidelijk gemaakt dat we grote problemen zullen krijgen als we ons niet bij immigratie melden. Iedereen die dit tegen ons zegt is trouwens gewoon in burgerkleding, er komt geen officiële beambte aan te pas. Wij weigeren en zeggen dat we het een vreemde situatie vinden. We lopen naar een hotel waar we eerst een paar uurtjes gaan slapen, later horen we van de hoteleigenaar dat het waarschijnlijk allemaal een grote corruptiezaak is. De tuktuk-chauffeur vraagt hoge bedragen voor z’n ritje en de immigratie-ambtenaar wil ook dat flink afrekent voor één of andere registratie. We zijn blij dat we er niet in zijn getrapt.

Later lopen we door het vissersdorpje naar het strand, in het dorpje ligt werkelijk overal vis te drogen. Uiteraard is het hier op het eiland de belangrijkste bron van inkomsten. Het is ook de belangrijkste bron van de stankoverlast en wij lopen er snel doorheen. De helft van het eiland is beschermd natuurgebied waar niemand mag wonen en daar willen we naar toe. Dit zijn de soort stranden die je op de ansichtkaarten ziet, prachtige witte stranden met wuivende palmbomen. We wandelen een heel stuk door de branding en zitten de hele middag met onze voeten in het zand van het uitzicht te genieten.

De volgende dag gaan we doen waarvoor we eigenlijk naar dit eiland zijn gekomen; zwemmen met walvishaaien! De walvishaai is de grootste vis ter wereld (ze kunnen tot 18 meter lang worden!) maar is ongevaarlijk voor de mens, ze eten namelijk alleen plankton wat ze door hun grote bek naar binnen zuigen. Ze kunnen niet hard zwemmen dus is er uitgebreid de mogelijk om de dieren te bekijken. Samen met wat andere toeristen gaan we op een bootje op zoek. Het duurt een paar uur voor we een exemplaar vinden. Ze zwemmen bijna altijd aan de oppervlakte van het water dus zijn ook vanaf de boot al goed te zien. Snel doen we onze duikbril op en laten ons in het water vallen, op nog geen paar meter afstand van het dier! Het lijkt dat deze het niet veel kan interesseren want het zwemt op zijn gemakje langs ons af. Wat een geweldige ervaring om met zo’n prachtig dier te zwemmen, deze was zeker een meter of 12 lang. Al snel komen er meerdere toeristenbootjes op ons af en liggen er wel 30 mensen in het water om het dier heen, ze zwemmen allemaal rondom het beest en het is duidelijk te zien dat het dier dit niet prettig vindt. Wij gaan weer het bootje in en varen terug. Prachtige ervaring maar toch een beetje een zure nasmaak. Het is goed om van dichtbij te kunnen zien wat voor geweldige natuur we op onze wereld hebben, maar misschien is het nog beter om de natuur zo nu en dan met rust te laten.

De terugweg naar het vaste land gaan we bovenop de boot zitten, hier is veel meer ruimte en we kunnen lekker languit in het ochtendzonnetje liggen. Nadeel is wel dat langs de smerige, zwarte rook uit blakende uitlaat zitten, ach ja het blijft Afrika. Aangekomen bij de auto rijden we richting de hoofdstad. We rijden nog steeds met de (niet ideale) voorvering uit Malawi en gaan in Dar es Salaam op zoek naar een bladverenspecialist. Het is even zoeken maar uiteindelijk vinden we een bedrijf geleid door een man uit India. Hij kan onze gebroken bladveer vervangen voor 15 euro, het duurt een dagje om te maken. Of we de volgende dag rond de middag terug willen komen. We willen graag in het centrum ergens een slaapplek vinden maar dit valt nog niet mee. Dar es Salaam is een hectische en drukke stad. Uiteindelijk komen we bij een hotel uit waar we (volgens andere reizigers) mogen kamperen op de parkeerplaats. Helaas wil de vrouwelijke manager het niet meer hebben, blijkbaar mag het niet van de overheid en kan ze problemen krijgen als de eigenaar van het hotel er achter komt. Wel stelt ze voor en loopt ze mee naar het terrein van de buren, waar we tegen een kleine vergoeding mogen staan. We betalen een paar euro om op een groot rommelig braakliggend terrein te kamperen. Het is er een zooitje en we delen het land met een paar geiten en een koe. In de hoek van het terrein staat een bouwvallig huisje waarin het gezin woont die we het geld hebben betaald. Wij zijn al lang blij dat we zo’n goedkoop plekje hebben midden in de stad. Denken we…

Tot dat we midden in de nacht wakker worden gemaakt door de eigenaar van het hotel, de manager is er ook bij. De eigenaar begint te roepen dat we moeten vertrekken, dat het ten strengste verboden is om hier te kamperen. Wij zijn behoorlijk overdonderd en komen onze tent uit. We vragen de vrouw wat er gebeurd is dat we ineens niet meer hier mogen kamperen. Maar volgens haar heeft ze nooit gezegd dat we daar mogen staan, alleen om te parkeren zegt ze, zodat we vanuit hier naar een hotel kunnen lopen. Dit is uiteraard niet waar en al snel hebben we in de gaten dat zij een probleem met de eigenaar krijgt als hij er achter komt dat het eigenlijk haar idee was om ons hier te laten kamperen. De man is trouwens overduidelijk dronken en komt best imponerend over, gelukkig komt hij bij Niels nog niet eens tot schouderhoogte. We proberen op een normale manier in gesprek te gaan maar maken duidelijk dat we absoluut niet van plan zijn midden in de nacht door de stad gaan rijden om een slaapplek te zoeken. Er gebeurd nog van alles, er wordt gedreigd om de politie te bellen (bel maar, zeggen wij, dan kunnen zij het uitzoeken, wij zijn maar argeloze toeristen). De man haalt er zelfs nog versterking bij in de vorm van een breedgeschouderde jongen, we gaan met hem in gesprek en hij lijkt ook al snel te begrijpen dat het nergens op slaat wat de dronken eigenaar hier voor elkaar probeert te krijgen. Het duurt allemaal een paar uur, waarin de manager huilend weg loopt en de eigenaar nog meer probeert te imponeren door dicht bij ons te komen staan en ons bij een arm te pakken. Op redelijke hardhandige wijze laten we weten het hier niet mee eens te zijn en dan lijkt hij wat te kalmeren. We spreken met hem af dat we de volgende ochtend vroeg zullen vertrekken en daar gaat na wat protesteren mee akkoord. We slapen met een half oog open de rest van de nacht. De volgende ochtend komt de man naar ons toe gelopen, nu hij nuchter is, is hij een stuk vriendelijker en rustiger. Waarschijnlijk was het dus alleen een beetje machogedrag.

Met onze nieuwe vering rijden we richting Tanga, in het noordoosten van Tanzania. Hier woont de familie Aucamp en ze hebben ons gevraagd langs te komen als we in de buurt waren. Ze wonen in een mooi huurhuis in de buurt van de zee. We mogen bij hun in de tuin kamperen. Samen met het gezin gaan we naar de jachtclub, toevallig is er net een zeiljachtrace bezig van Dar es Salaam naar Tanga. De familie is druk bezig om een organisatie op te richten om jonge zwangere meisjes te helpen. Als meisjes zwanger zijn worden ze namelijk niet meer toegelaten tot school. Met het opzetten van een eigen schooltje en het geven van voorlichting en werkvoorziening wil de familie de meisjes voorbereiden op de toekomst. Een nobel streven, maar er moet een heleboel geregeld worden voor dit allemaal voor elkaar is. Wel erg interessant om een inkijkje te krijgen in een opstartende NGO. Als we weer verder gaan rijden we uiteraard nog even langs de Nederlandse zuivelfabriek in de stad, we kunnen er voor een klein prijsje grote emmers (4 liter!) met yoghurt kopen, toch nog een klein beetje Nederland bij ons zo.

We rijden door het prachtige gebergte in het noorden van Tanzania, ons doel is de Kilimanjaro te zien. Dit is de hoogste berg van Afrika die bijna het gehele jaar verborgen is in een dik wolkendek. En helaas, we kamperen een paar dagen met uitzicht op de berg maar zien er bijna niks van door de wolken. We rijden door naar Arusha. Vanuit deze stad worden bijna alle safari’s naar de grote wildparken van Tanzania geregeld (Ngorogoro en Serengeti). Het stikt er dan ook van de safari-auto’s en toeristen. Wij besluiten om de wildparken over te slaan in Tanzania, we hebben al zoveel moois gezien in het zuiden van Afrika en de prijzen om hier met eigen auto een park in te gaan zijn belachelijk hoog. Wel willen we straks in Kenia naar het bekende Masai-Mara park. Bij Arusha slapen we bij een slangenboerderij, waar men tientallen slangen, vogels, krokodillen en schildpadden heeft. Interessant om te zien, maar ze zitten allemaal wel in hele kleine kooien en bakken. Als we vragen waarom dit is, krijgen we als antwoord dat de beesten niet veel ruimte nodig hebben. Jaja..

Vanuit Arusha gaan we door naar de grens met Kenia, het is nog maar honderd kilometer en door het goede wegdek zijn we er zo. We moeten ons melden in een gedeeld grensgebouw, waarbij de ambtenaren van Tanzania en Kenia langs elkaar zitten. Lekker efficiënt, we zijn dan ook zo Tanzania uit gestempeld. Dan lopen we door naar de balie van Kenia, toch wel een beetje nerveus, want veel mensen hebben ons gezegd dat we zonder een Carnet de Passage (een soort autopaspoort wat we via de Duitse automobielenclub moeten aanvragen) het land niet inkomen. We hebben al verschillende verhalen gehoord dat mensen aan de grens terug gestuurd zijn… We zullen zien!

Mozambique

Mozambique

Ineens spreekt er bijna niemand Engels meer. Mozambique is een oude kolonie van de Portugezen geweest en naast de heerlijke goedkope broodjes hebben ze ook hun taal hier achter gelaten. Soms best lastig want daar verstaan we dus bijna niks van, gelukkig zijn er genoeg behulpzame mensen bij de grens. We zijn behoorlijk rap het land ingestempeld. Een visum kunnen we aan de grens kopen, net als de verplichte autoverzekering. We willen weer eens naar de oceaan toe en rijden de eerste dag al meteen 300 kilometer richting de zee. We kamperen bij een katholieke missie, het is niet veel meer dan een aantal vervallen gebouwen en een kerkje. Maar we staan er veilig en er is een wc en koude douche die we mogen gebruiken. We mogen er gratis staan. Snel duiken we de tent in want het regent pijpenstelen, de hele nacht door. We moeten zelfs de volgende ochtend in de regen onze tent inklappen, één van onze minst favoriete klusjes.

We hebben geluk dat het nog cashewnoten-seizoen is in Mozambique. Overal langs de weg staan jongeren bakjes met vers gebrande noten te verkopen voor een habbekrats. We betalen nog geen euro per kilo en eten ons rond aan de superverse noten. Halverwege de dag komen we bij Ilha de Mocambique aan. Een eilandje in de Indische oceaan met een brug verbonden met het vaste land. Vroeger een belangrijke handelspost van de Portugezen voor de handel in slaven, specerijen en goud. Nu zijn alleen de prachtige koloniale gebouwen en forten nog over. Direct naast de golfplaten armoedige hutjes van de bewoners. We wandelen wat over het eilandje en eten wat in een restaurantje, fijn sfeertje hangt er in de smalle koloniale straatjes.

Op het vaste land, met uitzicht op de brug en het eiland is een camping waar we een tijdje blijven. Het is recht aan zee en we kunnen er even heerlijk uitwaaien. Vanuit hier rijden we naar Pemba, wederom een plaats aan de Indische oceaan. We staan bij Russel’s place, een lodge gerund door een Australiër die hier jaren geleden al is neergestreken. In de avond zit het er vol met expats die er rugby komen kijken. Wij gaan ook regelmatig een hapjes eten in het restaurant, de verse seafood-schotel smaakt ons prima! Binnen een paar minuten staan we op een prachtig spierwit strand met helder blauwe warme zee. De Indische oceaan is een stuk warmer en rustiger dan de koude wilde Atlantische aan de andere kant van Afrika. We maken regelmatig een wandeling door de branding of nemen een (veel te duur!) bakkie koffie bij een strandhotel, het goede leven!

Omdat we van Malawi komen en richting Tanzania willen bezoeken we alleen het noordelijke deel van Mozambique. We willen graag met het veerpont de rivier naar Tanzania oversteken maar horen al een tijdje dat in die regio ongeregeldheden zijn. Het gaat om problemen tussen de verschillende bevolkingsgroepen en men is het niet eens met de plannen van het grootschalige olieproject net voor de kust in het noorden van Mozambique en zuiden van Tanzania. Er is een aantal jaar terug een flinke oliebel gevonden daar en uiteraard brengt dat veel geld en dus problemen met zich mee. Lokale bevolking klaagt dat alle opbrengst regelrecht in de zakken van de grote mannen in de hoofdstad gaat. Door al dit gedoe zijn er ontvoeringen geweest en er zijn zelfs al mensen vermoord. We vragen bij zoveel mogelijk mensen na hoe het zit met de veiligheid in het gebied en krijgen eigenlijk elke keer hetzelfde antwoord. Zolang je overdag reist, niet van de hoofdwegen af gaat en zorgt dat je in de avond veilig kampeert (dus niet wild gaan staan) is er niets aan de hand. Ook verzekeren ze ons dat toeristen sowieso niet het doelwit zullen zijn. We besluiten het erop te wagen en rijden richting Palma. Waar we bij een groot en duur hotel vragen of we er mogen kamperen op hun parkeerplaats. Helaas is dit niet mogelijk maar een behulpzame gast geeft ons de tip eens te gaan kijken bij een klein hotel/restaurant in de stad. We rijden erheen en mogen voor een paar euro kamperen, ideaal. Het is weliswaar behoorlijk stoffig en er lopen wat dronkenlappen rond maar we zijn allang blij dat we uit het zicht en veilig achter hekken staan.

Onderweg worden we bij een tankstation nog bijna opgelicht. We gooien onze auto vol met diesel en willen afrekenen met onze creditcard. Het bedrag is 3560 Metical (ongeveer 50 euro) maar ik zie dat de pompbediende in plaats van een 3 een 9 in toets en dan snel door klikt. Het bedrag is nu dus 9560 Metical, en dat is dus ruim 130 euro! Gelukkig zien we het nog net op tijd, de bediende zegt in eerste instantie dat het zo klopt maar uiteraard gaan we daar niet mee akkoord. We breken de betaling af en houden scherp in de gaten wat hij deze keer intikt. We worden kwaad op de man die zich verontschuldigd en afdruipt. Wie weet hoe vaak dit al gelukt is met argeloze toeristen!

Daarna door naar de grens, we weten dat de veerboot alleen met hoogwater vaart en dit is maar één keer per week. Via whatsapp houden we contact met de kapitein, die ons zegt dat we dinsdag mee kunnen. In het laatste dorpje voor de grens slapen we wederom bij een katholieke missie, dit maal gerund door Zuid-Afrikanen. We mogen op hun terrein onder een grote mangoboom staan. We ontmoeten daar de familie Aucamp. Een Zuid-Afrikaans gezin wat een minivakantie in Mozambique heeft gehouden omdat ze op die manier een nieuw 90 dagen visum voor Tanzania krijgen als ze het land weer in gaan. Ze wonen namelijk in het noorden van Tanzania waar ze een hulporganisatie voor zwangere meiden aan het opstarten zijn. Ze zijn al een hele poos aan het stoeien met immigratie om residentie van Tanzania aan te vragen. Tot dat dat gelukt is zullen ze elke 3 maanden het land uit en weer in moeten om een nieuw visum te krijgen.

Samen met hun gaan we naar een paradijselijk mooi afgelegen strand in de buurt. We rijden een half uurtje over smalle wegen en dwars door struikgewas (de auto krijgt er weer een aantal krassen bij) totdat we aankomen bij de plek. We zwemmen en snorkelen de hele middag in het warme water en luieren op het spierwitte strand in de zon. En de hele tijd dat we er zijn zien we niemand, op een paar nieuwsgierige watervogels na. Super ervaring!

Dan is het dinsdag en moeten we richting de grensrivier, het is nog maar een aantal kilometers maar de weg is in erg slechte staat. We stuiteren en glijden richting de grenspost, waar we uit Mozambique gestempeld worden. Daarna is het nog een stukje naar de rivier, waar het lange wachten kan beginnen. De veerboot vaart dus maar eens per week en dan ook maar eens per dag. We wachten een uur of 3 totdat we in de verte de boot zien aankomen. Intussen hebben wij ons Mozambique-geld omgewisseld tegen Tanzaniaanse Shilling. We hebben flink moeten onderhandelen voor we een beetje tevreden waren over de koers die we kregen. Gelukkig hebben we al vaker met dit bijltje gehakt. Als de boot er is duurt het nog minstens een uur voordat alle goederen zijn uitgeladen. Dan mogen wij erop, uiteraard kruipen er weer Afrikanen met hun auto voor (terwijl wij als eerste in de rij stonden). Later blijkt dat ze dit doen om eerder bij de douane in Tanzania te zijn, waar ze maar één auto per keer kunnen controleren en ze nu dus vooraan staan. Veerboottochtjes vinden we altijd spannend. Je parkeert toch je hele hebben en houden op een gammel bootje. In dit geval moet de oude motor van de boot elke paar minuten worden gevuld met nieuw koelwater. Het lijkt erop dat wat ze er boven in gieten, onder net zo hard weer uit komt gelopen. Gelukkig gaat alles goed en genieten we van de wind in ons gezicht. Daaaag Mozambique, hallo Tanzania!!

Malawi

Malawi

Met een slakkengangetje maken we de eerste kilometers in Malawi. Ook in Malawi zijn ze gek op drempels en laten we die nu net even niet kunnen gebruiken met onze gescheurde veerophanging. Tergend langzaam laten we de auto de drempels op en af rollen. Intussen worden we links en rechts ingehaald door haastige Afrikanen. Bij een politie checkpoint worden we welkom geheten door een breed lachende agent in “het warme hart van Afrika”. Hoe graag we hem ook willen geloven we hebben nu even geen zin in dit gedoe. Hij laat ons stoppen om dit speciaal tegen ons te zeggen. Wij hebben wel andere dingen aan ons hoofd. In Lilongwe, de hoofdstad, waar we uiteindelijk na úren rijden aankomen kunnen we bij een lodge in het midden van de stad kamperen. Er heerst een relaxte sfeer en er zijn veel andere reizigers en expats. Malawi is erg populair om er stage te lopen of ontwikkelingswerk te doen.

De volgende ochtend vinden we een goede garage, gerund door een Zuid-Afrikaan. Het duurt de hele dag om de veerophanging weer op zijn plek te krijgen en de boel degelijk en extra stevig vast te lassen. Gelukkig hebben ze goed gekwalificeerd personeel en professionele apparatuur, we zijn ook blij met het uiteindelijke resultaat. Er werkt zelfs nog een 85-jarige man die in het voormalig Rhodesie (het vroegere Zambia en Zimbabwe) achttien jaar lang met Land Rovers heeft gewerkt, hij is erg precies en heeft er voor gezorgd dat alles perfect gebeurde.

We rijden naar Cape McClear, aan de zuidkant van Lake Malawi. Onderweg merken we dat de mensen wat brutaler worden, er wordt best wat geschooid of geroepen naar ons. Malawi is een land wat al lange tijd (en nu nog steeds) behoorlijk wat ontwikkelingshulp ontvangt en het lijkt er soms een beetje op dat de bevolking wat verwend is geraakt en iets te snel met hun handje op gaat staan.

In Cape McClear vinden we een rustig plekje recht aan het meer. We spenderen er een paar rustige dagen en het is prachtig om de lokale bevolking te aanschouwen terwijl ze met hun dagelijkse bezigheden gaande zijn. Ze gebruiken het meer om zich te wassen, om af te wassen, om in te zwemmen en zelfs om hun behoefte in te doen! En uiteraard zijn er talloze vissers die in de nacht over de complete horizon van het meer met hun verlichte bootjes de nog weinig overgebleven vis binnen te halen.

Een stukje verder ligt Monkey Bay, een klein stadje wat ook aan het meer grenst. We gaan er in eerste instantie heen om wat boodschapjes te doen. We besluiten een kijkje te nemen bij één van de lodges aan het water, al snel zien we daar een Knaloranje Mercedes Unimog met Nederlands kenteken staan. Het blijken Wilbert en Marianne te zijn, die hetzelfde rondje als ons aan het maken zijn door Afrika maar al twee jaar onderweg zijn. Het klikt goed tussen ons, fijn om zulke gelijkgestemde mensen te ontmoeten. Later voegt Joeri zich ook nog bij onze groep, hij is in Malawi om een lodge op te zetten op een stuk grond recht aan het meer en nodigt ons uit er gratis te komen staan. Dit slaan we uiteraard niet af!

Het stukje grond van Joeri is prachtig, we staan op een paar meter van het meer op een heerlijk zandstrand. De nijlpaarden houden ons van een paar honderd meter afstand in de gaten maar we duiken toch regelmatig het warme water in. We blijven een week op de heerlijke plek en komen helemaal tot rust! We zwemmen en ravotten met de lokale kinderen en bakken pizza en brood op het strand. We hebben zelfs nog een traditionele kikkergifceremonie op het strand. Joeri heeft de ceremonie al eens gedaan en wij zijn ook wel geinteresseerd. Er komt een vrouw die met een wierrookstokje kleine brandgaatjes op onze huid maakt waar ze vervolgens wat gif van en Zuid-Amerikaanse kikker in smeert. Meteen worden we helemaal warm van binnen en worden we wat zwart voor de ogen. We hebben voor aanvang ieder anderhalve liter water moeten drinken, dit komt er na vijf minuten weer allemaal uit. Iedereen moet overgeven, dit is onderdeel van de ceremonie. Het kikkergif zorgt dat alle negativiteit op deze manier je lichaam verlaat. Aparte spirituele ervaring! Zo snel als het komt is het gif ook weer uitgewerkt, nu maar afwachten of het heeft geholpen.

Na een tijdje willen we wel weer wat anders en rijden we naar het Zomba plateau. Hier in deze bergen is het heerlijk koel en vochtig, we kopen verse bessen en frambozen langs de weg en maken lange wandelingen door het gebied. Lekker om even af te koelen en bij te komen. Het plateau ligt op een hoogte van 1800 meter met verschillende riviertjes en watervallen. Door het vele water is het er erg veelzijdig aan planten en dieren, voor ons echt even een oase van rust. Wilbert en Marianne met hun Unimog komen ook die kant op en we hebben nog een paar gezellige dagen samen.

Daarna rijden we door naar Majete Nationaal Park in het zuidwesten van Malawi. We rijden door Blantyre, de tweede stad van het land. Hier doen we flink inkopen en halen we ook Bilharzia medicijnen. Omdat we behoorlijk wat in het meer gezwommen hebben waar behoorlijk wat Bilharzia (een wormpje die je huid binnendringt) voorkomt, is het verstandig om deze tabletten te nemen. We moeten 5 grote tabletten allemaal tegelijk innemen, dit zorgt er dan voor dat alle eventuele wormen en parasieten ons lijf uitgewerkt worden. Het zijn behoorlijke grote tabletten we voelen ons echt wel even vreemd en zelfs draaierig nadat we ze in hebben genomen. Gelukkig staan we op een rustige plek wild gekampeerd net voor de ingang van het Nationaal Park en de volgende ochtend voelen we ons weer kiplekker. Mocht er Bilharzia in ons hebben gezeten, dan is het er nu uit.

Majete is een prachtig park, het is niet zo groot en het is er erg rustig. Er grenst een rivier aan het park. In de buurt van (en in) het water zijn de meeste dieren te vinden. De meest prachtige antilopes en vogels zijn hier volop te vinden. We rijden er tot sluitingstijd rond, besluiten weer in de buurt te kamperen en gaan de volgende ochtend vroeg weer terug. Bij de poort vragen we de bewaker of hij ons als Zuid-Afrikanen kan registreren, dit scheelt aanzienlijk in de entreekosten. De vriendelijke man vindt het geen probleem en weer spenderen we de hele dag in het park. We rijden nu door het minder bezochte westelijke deel van het park over een heel weinig gebruikt offroad pad. Het lijkt er op dat we hier officieel niet mogen komen want we moeten een paar keer de auto uit omdat er een boom over het pad is gevallen (omgeduwd door olifanten). Één keer hebben we de hakbijl nodig, de andere keren kunnen we er gelukkig omheen rijden. Toch wel spannend midden is zo’n park met wilde dieren. Bij een waterpoel wachten we geduldig af met onze thermoskan koffie, na een tijdje komen er twee groepen olifanten aangesjokt. Heel mooi om te zien, nog mooier wordt het als er dan ook nog een zeldzame zwarte neushoorn bij komt. Het beest wordt telkens weggejaagd door de olifanten maar laat het er niet bij zitten. Stapje voor stapje komt hij dichterbij tot hij ook wat van het water kan drinken. En dit alles op zo’n 30 meter afstand van onze auto, prachtig! Later rijden we naar een uitkijkpost bij een waterpoel, daar mag je de auto verlaten en via de trap het platform in de bomen betreden. Als we aan komen rijden horen we gebrul van leeuwen! We besluiten om dus snel veilig in de uitkijkhut te gaan zitten om te kijken of ze water komen drinken.

Niels stapt de auto uit, draait zich om staat oog in oog met een leeuwin! Het prachtige dier staat op zo’n 10 meter afstand van de auto en schikt net zo hard als Niels, voor een seconde kijken ze elkaar even in de ogen voordat Niels paniekerig de auto inspringt en de raam dichtdraait! Met een flink verhoogde hartslag bekijken we hoe het dier rustig rond onze auto loopt. Volgende keer toch maar wat beter opletten voor we uitstappen!

Van Majete gaan we naar het oosten van het land, richting de grens met Mozambique. Het plan is om een paar dagen te gaan wandelen op Mount Mulanje, de hoogste berg in Malawi maar uiteraard gaat het weer anders. Vlak voor we bij een camping op de berg zijn horen we een harde “klang” van onder de auto uitkomen. We stappen uit om de boel te inspecteren en zien al snel dat er een veerblad gebroken is rechtsvoor. Klote! Meteen staan er minimaal 25 mensen om ons heen, we besluiten om heel rustig terug naar de hoofdweg te rijden en een goede plek te zoeken waar we de boel goed kunnen bekijken en een tijdje kunnen blijven. We vinden na een tijdje met 20 kilometer per uur over de hoofdweg te hebben gereden Hotel Mulanje View. We mogen er op de binnenplaats kamperen voor een paar euro per nacht, goed geregeld! De vering is gebroken op een onmogelijke plaats om te lassen, dus er zal een nieuw veerblad of een heel nieuw veerpakket op moeten. Na een paar dagen komen gelukkig Mo en Eda ook bij het hotel staan. In hun auto rijden we terug naar Blantyre, naar de tweedehands auto-onderdelen markt. Het is er een enorme bende, overal autowrakken en onderdelen. Gelukkig wel redelijk gesorteerd, wij moeten bij de afdeling bladveren zijn. Al snel zien we een paar geschikte veerpakketten. Nu kan het onderhandelen beginnen, het kost wat moeite en veel geduld maar uiteindelijk krijgen we ze voor 10 procent van de vraagprijs mee! Ze beginnen echt belachelijk hoge prijzen te roepen als ze zien dat je blank bent. Uiteindelijk betalen we 35 euro voor twee sets Land Rover voorvering pakketten. Een koopje vergeleken met Nederland maar hier wordt er nog steeds flinke winst op gemaakt. We maken ze eronder en besluiten samen met Mo en Eda terug te rijden naar Majete Nationaal Park.

We blijven nog twee dagen in het park. Er zijn verschillende uitkijkposten gemaakt vanwaar je een prachtig uitzicht over de drinkwaterpoelen hebt. We zitten er tot laat, in de schemering komen de meeste dieren drinken. We zien grote groepen buffels, koedoes en weer een prachtige leeuwin. Na een tijdje komt er zelfs een luipaard aangeslopen, dit prachtige schuwe dier hebben we nog niet gezien tijdens al onze bezoeken aan de wildparken in Afrika. Helaas wordt de luipaard na een paar seconden al weggejaagd door een leeuwin, al met al een hele mooie ervaring.

We rijden naar Blantyre, waar we op zoek gaan naar wat aanpassingen om onze nieuwe veren wat hoger te zetten. De voorkant van de auto staat erg laag omdat de veren wat doorgezakt zijn. Bij een metaalbewerkingsbedrijf gerund door Indiase mannen leggen we ons verhaal uit. Ze gaan meteen aan de slag en willen er niet eens geld voor! De auto staat 5 centimeter hoger en het rijdt een stuk makkelijker. We gaan richting Mozambique, onderweg slapen we nog een nachtje bij Mulanje View hotel. De volgende ochtend rijden we dwars door de immense theeplantages in de bergen naar de grens. De grensovergang gaat soepel, stempeltje hier en daar en van de auto wordt het chassisnummer gecheckt. De slagboom gaat open en we rijden Mozambique in!

Zambia

Zambia

De eerste paar dagen in Zambia verblijven we in de hoofdstad, Lusaka. We rijden de stad wat rond op zoek naar motorolie en een oliefilter. Tijdens deze ritjes belanden we twee keer op één dag op een politiebureau! In tegenstelling met erg veel andere Afrikaanse landen wordt hier wel erg streng op verkeersovertredingen gecontroleerd. De eerste keer maken we een u-bocht bij een verkeerslicht, er staat geen bord dat dit niet is toegestaan. Meteen worden we staande gehouden door een taaie politieagente. Ze neemt het rijbewijs in en we kunnen praten als brugman maar komen er niet onderuit, we moeten mee naar het bureau. We rijden achter een agent aan naar het bureau en tot onze verbazing maakt deze gewoon een u-bocht op een plek waar wel met borden is aangegeven dat dit niet is toegestaan. Voor de zekerheid maken we er een filmpje van. Aangekomen op het bureau eisen we eerst de regelgeving in te zien voor we ook maar een cent betalen, de agent wordt pissig en brengt ons naar zijn chef. Ook hier zeggen we dat we niks betalen voor hij ons de officiële regels kan laten zien, we gaan niet zomaar een stapel geld neerleggen zonder dat we bewijs hebben dat onze actie ook daadwerkelijk een overtreding is. Na een half uur zoeken heeft men ons nog steeds niets kunnen laten zien. We vragen de chef hoe men in hemelsnaam van ons verwacht te weten dat we niet mogen keren bij een verkeerslicht als ze bij de verkeerspolitie de regels niet eens kunnen overleggen. Na een diepe zucht geeft hij ons een waarschuwing en mogen we zonder te betalen door, poeh daar zijn we mooi onderuit gekomen.

Nog geen uur later staan we voorgesorteerd om rechtdoor te gaan (denken we) midden in de stad. Pas op het laatste moment komen we erachter dat deze baan alleen voor rechtsaf is. We geven netjes richting aan en verhuizen alsnog naar de middelste baan, die ook gewoon groen heeft. Direct springt er weer een politieagente op de weg. Ook deze is niet van haar stuk te brengen, we krijgen een boete. Deze keer snappen we het ook wel, we weten zelf ook dat dit eigenlijk niet de bedoeling is. In het politiebureau aan de overkant van de weg spelen we de zielige onwetende toerist, na een kwartiertje met een pruillip uitleggen dat we het nooit meer zullen doen en het echt veel geld is (de boete is ca. 45 Euro) komen we er onderuit! Wel zegt de vrouw met een stalen gezicht dat we administratiekosten moeten betalen (ca. 8 Euro), cash, in het handje. Uiteraard begrijpen we dit! Eigenlijk zijn we fel tegen elke vorm van corruptie, maar voor deze keer maken we graag een uitzondering!

Vanuit Lusaka gaan we op bezoek bij Coop en Jeanette, Nederlandse boeren in Zambia. Ze hebben een prachtig huis met schitterende tuin op het erf van een gigantische boerderij waar ze aardappelen en graag verbouwen. We zijn ze een poos terug tegengekomen in Namibië, waar ze op vakantie waren. Heel toevallig hebben zij dezelfde auto als wij, een Santana PS10, maar dan een pick-up. Waarschijnlijk zijn de Santana’s in Afrika op een hand te tellen dus we moesten hier wel even langs om de auto te gaan bekijken. Het leven is goed in Zambia, we hebben fijne gesprekken en krijgen een erg interessante rondleiding op de boerderij. Met afscheid krijgen we zelfs een flinke zak aardappelen mee, vers van het land!

Vanuit Lusaka gaan we grotten bekijken, in het midden komen we uit bij een kristalhelder meer wat honderden meters diep schijnt te zijn. Het is er heerlijk rustig en we blijven er een tijdje naar de voorbij zwemmende vissen kijken. Over de Great North Road rijden we vervolgens tussen de zware vrachtwagens in naar het noorden. Bijna alle vrachtwagens hier zijn beladen met grote plakken koper, afkomstig van de mijn in het noordwesten van Zambia. We hoorden al dat de Chinezen hier ook weer een flinke vinger in de pap hebben, bijna al het kostbare metaal gaat regelrecht naar China. We rijden naar Kasanka Nationaal Park, een klein parkje dat vooral bekend staat om de miljoenen fruitvleermuizen die elk jaar terugkomen om het vele fruit van de bomen te vreten. Helaas is het nog geen vleermuisseizoen wanneer wij er zijn, wel zijn er duizenden Tseetseevliegen! Irritante beesten die met hun lange snuit in je huid bijten om bij je bloed te komen! Er zitten er meteen twintig in de auto voor we de tijd hebben om de ramen dicht te doen, het doet nog venijnig zeer ook als ze een gaatje in je huid boren. Sommige van deze rotzakken dragen parasieten met zich mee die de slaapziekte kunnen overbrengen. We blijven dan ook niet lang in Kasanka, gelukkig is het maar een klein park en zodra we weer op de doorgaande weg zitten laten de vliegen zich niet meer zien.

We besluiten de binnendoor weg vanuit het noorden te nemen richting South Luangwe Nationaal Park. Over een erg steile route vol scherpe keien zakken we af naar de ingang van het park. We doen er best lang over, de auto krijgt het zwaar te verduren tijdens zulke ritjes dus doen we extra rustig aan. Het eerste stuk door het park rijden we weer met de ramen potdicht want ook hier weer veel vervelende Tseetseevliegen. Na een paar uurtjes zijn ze weg en genieten we van het prachtige park, langs de rivier liggen verschillende lagunes waar we flinke groepen olifanten en antilopes zien. Ook erg veel bijeneters, de fleurige kleine vogels die allerlei capriolen uithalen in de lucht om insecten te vangen.

Zodra we het park uitrijden merken we dat de auto erg naar rechts trekt, we stappen uit om de stuurinrichting te controleren, we checken of er geen speling op de lagers zit en of de stuurstangen nog mooi recht zijn. In eerste instantie vinden we niks vreemds, maar de auto blijft maar naar rechts trekken, het lijkt zelfs erger te worden. We rijden voorzichtig een stukje door naar een camping vlak voor de grens met Malawi, daar komen we al snel achter de oorzaak. Rechtsachter is de bevestiging van de bladvering bezig van het chassis af te scheuren, het is zelfs al dusdanig losgekomen dat de achteras een tikkeltje scheef staat, waardoor de auto dus naar rechts trekt. Klote! Dit is dus wat ruim 15 maanden aan Afrikaanse wegen met je auto doet! In het plaatsje waar we zijn, zijn geen geschikte garages die ons met dit probleem kunnen helpen, we moeten op zoek naar een professionele lasser die de boel weer op zijn plek kan drukken en vastlassen. We besluiten heel erg rustig aan richting Lilongwe te rijden, de hoofdstad van Malawi, ruim 100 kilometer verderop.

Gespannen gaan we de volgende ochtend op pad, we rijden op ons dooie akkertje richting grens. Daar is het superdruk omdat er net een festival is geweest in Malawi en alle Zambianen komen willen weer terug hun land in. Ook aan de kant van Malawi moeten we lang wachten, dit keer omdat we geen tijdelijk importformulier kunnen krijgen voor onze auto omdat het netwerk eruit ligt. Dit komt allemaal niet goed uit, we willen vandaag nog wel in Lilongwe uitkomen. Na een half uurtje is er gelukkig weer internet en kunnen wij door! Op naar Lilongwe, op zoek naar een goede werkplaats.

Zimbabwe

Zimbabwe

We beginnen onze reis door Zimbabwe met een bezoek aan de Victoria watervallen, wat een natuurgeweld! We lopen een halve dag rond bij de breedste watervallen van de wereld, zo nu en dan worden we zeiknat door de nevel. Niet normaal hoeveel water er naar beneden komt gedonderd.

We vervolgen onze weg naar het zuiden, we willen graag het Hwange National Park gaan bezoeken. We stoppen onderweg om te lunchen bij een meertje, als we uitstappen zien we tientallen vrouwen met grote emmers op hun hoofd sjouwen. We vragen wat er in de emmers zit, want bij sommige zien we dat er wat bloed uitloopt. De lokale vissers zeggen dat er vlees in zit, als we vragen wat voor vlees; Olifantenvlees! Blijkbaar ligt er achter de heuvel een dode olifant, uiteraard gaan we even een kijkje nemen. En inderdaad, de laatste restanten van het karkas van een grote olifant wordt net op het moment dat wij komen kijken verbrand. Als we navragen wat er precies gebeurd is schrikken we behoorlijk. De avond ervoor heeft een rijke Duitser een hele grote bul (mannelijke olifant) afgeschoten, een zogenaamde trofiejacht. De kop wordt vervolgens van het lichaam gezaagd zodat deze kan worden opgezet. De rest van de olifant wordt aan de lokale bevolking geschonken, ze zeggen dat ze er twee weken van kunnen eten met z’n allen. Ook een paar grote beenderen worden meegenomen naar de omliggende dorpen. We staan perplex dat er mensen zijn die zulk soort mooie dieren afschieten voor de lol. Maar volgens de mensen zijn er teveel olifanten, zijn ze een plaag voor hun gewassen en wordt het geld dat ermee verdiend wordt (de jager moet flink aftikken aan zowel de regering, de jachtorganisatie als de lokale bevolking) teruggestoken in de natuur. Wij vinden het maar een bizar schouwspel.

Bij Hwange National Park gaan we op bezoek bij de Painted Dog Conservacy. Deze organisatie strijdt voor het behoud van de Afrikaanse wilde honden, die met uitsterven bedreigd zijn. Dit komt omdat ze vatbaar zijn voor ziektes verspreid door huisdieren, ze worden aangereden op de wegen en ze gevangen worden in strikken gezet door stropers. We krijgen een erg interessante rondleiding, helaas mogen we de honden niet zien. Er zijn er een paar aanwezig in het rehabilitatiecentrum maar omdat deze uiteindelijk weer worden uitgezet willen ze dat er zo min mogelijk contact met mensen is. Gelukkig hadden wij de prachtige beesten al voorbij zien rennen toen we kampeerden in het noorden van Botswana.

Via Bulawayo rijden we binnendoor naar Harare, de hoofdstad van Zimbabwe. Na de enorme inflatieproblemen van een aantal jaren terug hebben ze in Zimbabwe nog steeds hun geldzaken niet op orde zo lijkt het. Er kan zowel met de Zimbabwaanse als de US Dollar worden betaald, in alle winkels hebben beide eenheden dezelfde waarde. Maar op de zwarte markt, of met een online betaalmethode is de Zimbabwaanse Dollar ineens bijna twee keer zoveel waard. We zijn dan ook blij dat we de creditcard mogen lenen van de eigenaar van de lodge waar we verblijven. We gaan er van tanken, flink boodschappen doen en we vinden zelfs een nieuwe homokineet zodat we de auto kunnen repareren. We betalen alles met de kaart van de lodge, die we daarna (tegen zwarte markt koers) terugbetalen in US Dollars, ideaal!

In Harare gaan we nog op bezoek bij Nederlanders Paul en Maddy, oom en tante van vrienden van ons. We worden liefdevol ontvangen en mogen zelfs een paar nachten logeren. We hebben goede gesprekken over hun interessante werkzaamheden in Afrika, en via BVN kunnen we zelfs Boer zoekt vrouw kijken! We monteren de nieuwe homokineet aan de aandrijfas en krijgen leuke tips voor Ethiopië en Malawi, waar Paul en Maddy ook een tijdje gewoond hebben.

Vanuit Harare rijden we naar Lake Kariba, een groot stuwmeer op de grens met Zambia. We vinden een rustig plekje helemaal aan de rand van het meer om te kamperen. Tot onze verbazing staan Mo en Edda er ook! We zijn ze al eerder tegengekomen in Namibië, ze hebben een auto gekocht in Zuid-Afrika waarmee ze acht maanden door zuidelijk Afrika trekken. De volgende ochtend worden we gewekt door vier rangers. Blijkbaar staan we in een nationaal park en het is verboden om zonder vergunning hier te kamperen! De rangers bellen naar hun baas die erg kwaad wordt en er direct aan komt. Hij zegt tegen zijn medewerkers dat ze onze autosleutels moeten afpakken en onze auto’s moeten doorzoeken. Wij zijn ons van geen kwaad bewust, we hebben nergens verbodsborden of iets dergelijks gezien en zijn het hier dus niet mee eens. We besluiten om weg te rijden, de rangers zijn het er niet mee eens maar laten ons toch gaan. Aan het einde van de zandweg nemen we afscheid van Mo en Edda, zij blijven nog een paar dagen in Zimbabwe, wij gaan richting grens met Zambia.

Met toch wel een beetje spanning rijden we het laatste stuk richting de stuwdam, de grens tussen Zimbabwe en Zambia. Gelukkig komt niemand ons achterna. We hadden de rangers verteld dat we naar de grens zouden gaan maar daar staat geen kwade ranger ons op te wachten en kunnen we zonder problemen over de enorme hydrodamwand richting Zambia rijden. Ook aan Zambiaanse zijde gaat alles vlot, mede omdat we alle papieren nog hebben van ons eerste bezoek aan Zambia. Even dreigt het niet goed te gaan als er wordt gevraagd voor een politieverklaring voor onze auto, we hebben geen idee waar de beambte het over heeft. In zulke gevallen zeggen we altijd heel stellig dat dit niet nodig is voor een in Europa geregistreerde auto en laten we onze hippe plastic kentekencard zien. Ook dit keer werkt dit weer en worden we zonder verdere problemen doorgelaten.

Via de Caprivistrip (Namibië), Chobé National Park (Botswana) en Livingstone (Zambia) naar Zimbabwe

Via de Caprivistrip (Namibië), Chobé National Park (Botswana) en Livingstone (Zambia) naar Zimbabwe

In het noordoosten van Namibië ligt de zogenaamde Caprivi. Deze strook grenst in het zuiden met Botswana, in het noorden aan Angola en in het oosten aan Zambia. Meteen nadat we de grens overgaan vanaf Botswana komen we in een natuurreservaat uit, waar het vooral langs de rivier stikt van de dieren. We blijven een paar dagen kamperen aan de Kavango rivier, waar we in de avond de nijlpaarden horen knorren. Daarna rijden we dwars door de Caprivi over een saaie asfaltweg richting het oosten. Enige interessante aan die trip is dat we halverwege een Nederlandse fietser tegenkomen, hij is al een paar jaar onderweg en heeft eerst Azië en Zuid-Amerika bereisd. Nu is hij bezig met de laatste etappe van zijn reis, fietsend door zuidelijk Afrika. Dan hebben wij het toch wel erg gemakkelijk in onze van alle gemakken voorziene auto.

In het oosten van de Caprivi bezoeken we wederom een Nationaal Park, het is een klein park en voor een paar euro mogen we kamperen met uitzicht op de rivier, waar we met zonsondergang een groep olifanten zwemmend zien oversteken, waarbij ze de staart van hun voorganger vasthouden. Wat een prachtig gezicht!

We steken wederom de grens naar Botswana over. Via het Chobé National Park rijden we langs de Chobé rivier richting de grens met Zambia. Midden in het park horen we telkens een knakkend geluid van onze auto komen. We besluiten te stoppen op een overzichtelijk gedeelte en terwijl het eigenlijk ten strengste verboden is bekijken om de auto te verlaten gaan we er toch snel even omstebeurt onder liggen om te kijken wat het geluid veroorzaakt terwijl de ander de omgeving afspeurt op dieren of parkrangers. We komen er al snel achter dat de homokineet van de voorste aandrijfas naar de knoppen is. Omdat we daar nu niks aan willen of kunnen doen besluiten we heel zachtjes (zonder 4wd) door te rijden. Het is een prachtige route langs de rivier, op een gegeven moment stuiten we op een groep van wel 200 olifanten aan de overkant van het water!


(klik op de foto voor een vergroting)

Tegen zonsondergang komen we pas aan bij een camping, we besluiten er een paar nachten te blijven. Omdat er nergens in de buurt een homokineet te vinden is besluiten we de voorste aandrijfas zo lang te verwijderen. We hopen in de hoofdstad van Zimbabwe, Harare, een nieuwe te kunnen vinden. Tot die tijd kunnen we geen gebruik maken van onze vierwielaandrijving, iets om rekening mee te houden. Vanaf de camping rijden we door naar de grens met Zambia. Uitstempelen in Botswana gaat makkelijk en snel, waarna we wel 200 vrachtwagens voorbij rijden die allemaal staan te wachten om naar Zambia te gaan met de veerboot. Gelukkig krijgen personenauto’s voorrang op de veerpont, waar maximaal twee vrachtwagens per keer op kunnen. Er wordt een nieuwe brug gebouwd die bijna gereed is, daar zullen veel chauffeurs blij mee zijn.

Op Zambiaans grondgebied is de procedure wat ingewikkelder. We moeten naar 6 of 7 verschillende kantoortjes voor onder andere verzekering, belasting en een gezondheidscheck. Er zijn verschillende opdringerige mannetjes die je willen helpen (tegen fikse betaling uiteraard), maar we hebben geen haast en met wat rondvragen komt alles op zijn pootjes terecht. Net voor we onder de slagboom door gaan bevestigen we witte en rode reflectorstickers op onze auto, welke verplicht zijn in Zambia (en vele andere Oost-Afrikaanse landen).

De eerste grote stad in Zambia is Livingstone, vernoemd naar de beroemde ontdekkingsreiziger. We verblijven er in een goedkoop hostel (met zwembad!) en gaan de volgende dag verzekering voor de auto regelen. We schaffen de Yellow Card aan, hiermee zijn we als het goed is verzekerd in alle Afrikaanse landen (behalve Mozambique) waar we nog heen gaan. Daarna rijden we door naar de grens met Zimbabwe. Omdat dit de plek is van de bekende Victoria watervallen en die vanaf Zimbabwaanse zijde een stuk fraaier zijn deze tijd van het jaar besluiten om na twee dagen Zambia meteen weer de grens over te gaan. Voor ons visum maakt het niet uit, we hebben een zogenaamd KAZA UNI visum aangeschaft waarbij we een maand lang onbeperkt van Zambia naar Zimbabwe (of andersom) mogen reizen.

De watervallen liggen precies op de grens en na een simpele procedure aan de zijde van Zambia rijden we over de oude, smalle, metalen brug die ons al een prachtig uitzicht op de watervallen verschaft. De instempelprocedure aan Zimbabwaanse kant gaat ook soepel, het duurt eventjes voor ze alles in hun computersysteem hebben ingevoerd maar daarna mogen we door het hekwerk richting Victoria-Falls, het stadje vernoemd naar de watervallen. We zijn benieuwd!